Tekort aan ingenieurs: de onderliggende oorzaken
Vandaag kiezen steeds minder studenten voor een opleiding als ingenieur terwijl steeds meer bedrijven op zoek gaan naar geschikte ingenieursprofielen. Sterker nog: in het rijtje knelpuntberoepen prijkt ingenieur nog steeds met stipnotering op één. Waarom is er zo weinig instroom?

Vandaag is er een structureel tekort aan ingenieurs althans wanneer we de gegevens van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, kortweg VDAB, mogen geloven. “Dit is een structureel probleem dat wordt veroorzaakt door een te geringe uitstroom van ingenieurs uit onze universiteiten en hogescholen. Daarbovenop heeft de crisis de spanning in dit domein nauwelijks gemilderd”, klinkt het daarenboven bij 'Steunpunt Werk en Sociale Economie'.
Veel flexibiliteit nodig
Het tekort dat bestaat, heeft echter ook een aantal andere redenen dan puur de wanverhouding tussen vraag en aanbod. Eén van die redenen is dat heel wat jongeren vandaag een stuk kieskeuriger zijn op het vlak van loonsvoorwaarden maar ook op het vlak van locatie.
De factor mobiliteit is dan ook in heel wat gevallen de boosdoener: de meeste ingenieurs in spe willen niet zomaar verkassen naar de andere kant van het land, en bij navolging van de wereld, om daar op een project te worden ingezet. Als ingenieur zit je gebeiteld maar alleen wanneer je ook tegemoet komt aan een aantal cruciale factoren waaronder die mobiliteitsfactor, op voorwaarde dus dat men jouw vaardigheden kan inzetten daar waar ze nodig zijn.
Geen sexy beroep
Een oorzakelijk verband is mogelijk ook het te lage sex-appeal van het beroep ingenieur. Nauwelijks één op drie jongeren weet vandaag wat het vak van ingenieur inhoudt. Vaak denken ze dan ook dat het iemand is die bij winterse koude over een modderige bouwwerf sjokt met een veiligheidshelm, een fluojasje en een aantal beregende plannen onder de arm.
Dat beeld klopt voor een aantal onder hen maar er zijn er ook minstens evenveel die nog nooit een bouwwerf van dichtbij hebben gezien. Net iets meer dan één op tien komt uiteindelijk terecht in de bouwsector. Zowat één op drie raakt verzeild in de industrie of bij ontwerpbureaus (een kleine één op vijf). Mogelijk liggen dus ook slecht omkaderde marketingcampagnes van zowel vakorganisaties als werkgevers aan de oorzaak van de dalende populariteit van het beroep.
Het beroep trekt ten slotte amper vrouwen aan (16% van de ingenieurs zijn vrouwen tegenover 84% mannen), waardoor er meteen nog een pak minder gegadigden zijn om de handschoen op te nemen.
Inzetten op de juiste sectoren
Wie vandaag kiest voor een ingenieursopleiding of op zoek gaat naar een eerste job in die richting, zet best in op hernieuwbare energie. In die sector komen er de volgende jaren immers, bovenop het tekort dat vandaag al bestaat, een aantal duizenden ingenieursjobs bij. Industrieel en burgerlijk ingenieur staan daarbij absoluut bovenaan het verlanglijstje van heel wat werkgevers.
Ook in de technologische sector zit je als aankomend ingenieur steevast goed. Volgens de meest recente conjunctuurcijfers van Agoria, op basis van een ledenenquête, zouden er in 2011 nog 4.700 jobs kunnen bijkomen in de technologische industrie die een groei van zowat 5,5 % tegemoet gaat.
Slechts 5% kan studie aan
Last but not least mogen we ook niet vergeten dat de capaciteiten waarover een kandidaat ingenieur dient te beschikken niet van de poes zijn. Uit onderzoek zou blijken dat slechts vijf procent van de totale bevolking over de intellectuele capaciteiten beschikt om de studie van ingenieur tot een goed einde te brengen.
Dat betekent dus ook dat los van de economische conjunctuur of andere factoren als arbeidsmobiliteit of gender issues werkgevers op zoek naar ingenieurs altijd uit een kleinere vijver zullen vissen. Dat is geen nieuws: twee decennia terug was het vak van ingenieur immers ook al een knelpuntberoep. Bottom line: schaarste levert waarde op en daar kan je als startend ingenieur dus maar beter gebruik van maken.
Pascal Dewulf
