"Elk jaar 800 ingenieurs te weinig"

    De vraag naar ingenieurs is de voorbije zes jaar bijna verdrievoudigd terwijl het aantal ingenieurs dat afstudeert aan Vlaamse universiteiten en hogescholen in die periode fors daalde. 2012 lijkt daarin voor het eerst een positieve kentering te brengen, al blijft het spanningsveld tussen vraag en aanbod erg groot. Wilson De Pril van Agoria legt uit wat er moet gebeuren om de kloof te dichten.

    "Het aantal studenten industrieel ingenieurs kreeg de voorbije jaren een fikse deuk maar dat is zich nu gelukkig aan het stabiliseren", zegt De Pril. "Het aantal studenten burgerlijk ingenieurs bleef vrij stabiel en kende het laatste jaar zelfs een lichte stijging. Dat is alvast positief en ik denk dan ook dat we de komende jaren een grotere uitstroom zullen kennen.”

    Het nadeel van het voordeel

    Ondanks die positieve kentering blijft het spanningsveld tussen vraag en aanbod nog steeds behoorlijk groot. De Pril: “Wanneer je het aantal studenten burgerlijk- en industrieel ingenieur optelt, kom je vandaag aan zowat 3.000 studenten. Van die 3.000 studenten zullen er gemiddeld 2.200 afstuderen die uiteindelijk op de arbeidsmarkt komen terwijl de eigenlijke vraag op zowat 3.000 afklokt. Dan zit je dus met een structureel tekort van zowat 800 ingenieurs. Dat is een behoorlijke groep en dat komt omdat niet enkel de industrie behoefte heeft aan goed opgeleide ingenieurs maar ook de academische- en financiële wereld. Dat is gelijk ook het nadeel van het voordeel van de ingenieur van vandaag. Hij is erg breed inzetbaar en dat maakt dat hij erg gewild is in de bedrijfswereld en daarbuiten.”

    Technologie olympiade

    Agoria doet echter veel meer dan gewoon maar vaststellen. De organisatie steekt waar mogelijk een tandje bij om meer mensen warm te maken voor het beroep ingenieur. Wilson De Pril: “We organiseren tal van evenementen waarop we jongeren willen aansporen om te kiezen voor het beroep van ingenieur. Zo hebben we recentelijk de 'Jeugd Technologie Olympiade' gehouden waarbij zowat 10.000 laatstejaars van het secundair onderwijs zich hebben kandidaat gesteld om deel te nemen. Die olympiade bestaat erin om die jongeren via technische proeven en uitdagingen op een speelse maar educatieve manier te sensibiliseren voor het vak van ingenieur. Ook het wedstrijdelement speelt uiteraard mee en uiteindelijk is er één winnaar uit de bus gekomen. Op die manier proberen we al vanaf het secundair onderwijs het talent dat vele jongeren hebben voor techniek en technologie wakker te maken. Zo ontdekken ze dat ze belangstelling hebben, dat ze feeling voor het vak hebben.”

    Slechts 10% meisjes

    Ook de uitstroom van meer vrouwelijke ingenieurs staat hoog op het lijstje met objectieven. Wilson De Pril: “Naast het warm maken van jongeren voor het vak van ingenieur ligt er nog een groot potentieel voor instroom (en dus uitstroom) bij de meisjes. Wanneer we naar de globale instroom van technische opleidingen kijken, zijn er maar 10 % meisjes. Dat is uiteraard een globaal gemiddelde. Wanneer we specifieker gaan kijken dan krijgen we voor de opleiding burgerlijk ingenieur toch 21 % vrouwelijke kandidaten, bij de industriële ingenieurs is dat nog maar 10 % en bij de professionele bachelors klokken we nauwelijks op een paar procenten af."

    "Spijtig, want meisjes zijn doorgaans evenveel onderlegd als jongens om technologisch georiënteerde opleidingen te volgen. Mogelijk spelen hier de klassieke rollenpatronen nog mee. Kijk je bijvoorbeeld naar de instroom van bio-ingenieurs dan stellen we vast dat ruim 50 % van de studenten meisjes zijn. Dat heeft alles met perceptie te maken. Meisjes ervaren het vak van bio-ingenieur meer met mens- en zorggerelateerde activiteiten terwijl ze bij de opleiding industrieel ingenieur een vrij technisch beeld voor ogen hebben.”

    Overheid doet ook mee

    Hoe kan de instroom verder vergroot worden ? Wilson De Pril: “Naast de initiatieven van Agoria lanceert bijvoorbeeld ook de overheid initiatieven om jongeren aan te zetten voor de zogenaamde STEM-richtingen (Sciene / Technology / Engineering / Mathematics, nvdr). Dat zijn uiteraard niet alleen ingenieurs maar globaal gezien technologische richtingen omdat we vaststellen dat we daar achterop lopen ten overstaan van de Europese doelstellingen. De reden waarom de overheid zich mengt in het hele discours is omdat men zich daar bewust is van het belang van innovatie als motor van de economie en als er één groep is die de kar van die innovatie trekt, dan zijn dat uiteraard ingenieurs en technici. Op dat vlak kan je alleen succesvol zijn wanneer je de krachten bundelt om het beroep van ingenieur voor alle doelgroepen aantrekkelijk te maken.”

    Pascal Dewulf

    Jobbeurzen Streekpersoneel.be